Beste buren, wijkbewoners en sympathisanten,
Het openbaar onderzoek rond de bouwaanvraag “Project Kaart” is achter de rug.
De stapel bezwaarschriften die jullie weer hebben ingediend tegen het ‘project’ spreekt weer meer dan boekdelen. 170 Bezwaarschriften hebben we zelf binnengebracht, nog enkele tientallen in het omgevingsloket, één duidelijke boodschap: onze wijk is geen bingokast, maar onze thuis. Onze scholen zijn geen legbatterij, maar een mooie jeugd voor onze kinderen.
We kunnen jullie niet dankbaarder genoeg zijn voor het signaal dat jullie gegeven hebben. Voor de tijd die jullie genomen hebben om die bezwaarschriften zorgvuldig in te vullen. Wat opviel was hoe concreet mensen de werkelijke impact op de wijk inschatten. Wat opviel was hoeveel interactie we hebben gehad met mensen die bijna van hun stoel waren gevallen toen ze de werkelijke plannen onder ogen hadden gezien. Wat opviel was dat mensen doorhebben dat de gemeente hun een rad voor de ogen heeft gehouden met veel blabla en mooie prentjes.
En dat is onze Kaart op zijn best! Een wijk waar mensen elkaar nog kennen, waar we samen beseffen wat onze wijk is: ons groen, onze rust, ons karakter. Geen anonieme appartementen-verkaveling, maar een buurt met een hart.
Met de VZW hebben wij 2 bezwaarschriften ingediend. Eén dat onze juriste heeft opgesteld en dat we voorlopig om juridische redenen niet openbaar kunnen stellen. Maar we zouden onszelf niet serieus nemen als we ons eigen geschreven bezwaarschrift niet zouden kunnen opstellen en dat willen we heel graag met jullie delen.
Bezwaarschrift van de VZW (niet van onze juriste):
Als vereniging die belangen van de bewoners van de wijk Kaart behartigt, zoals statutair bepaald, tekenen wij bezwaar aan tegen de aanvraag omgevingsvergunning van het Project Kaart, met hoger vermelde referenties.
Wij kunnen niet akkoord gaan met de aanvraag tot bouwen en exploiteren van bovenstaand project, om volgende redenen:
1. Totale duur van de werken
Totale duur van de bouwwerken is geraamd op 4 jaar. Dit zijn 4 jaar hinder inzake lawaai, stof, vracht-wagens, …. Tijdens die periode zal er hinder zijn voor de kinderen bij de lessen en de speeltijden. Welke straten zullen afgesloten worden tijdens de werken ? de Schoolstraat ? Hierover is in het dossier weinig of niets terug te vinden. Nochtans zijn dit duidelijk milieueffecten tijdens deze periode.
2. Het juiste aantal woningen
De telling van het precieze aantal woningen is een oud zeer dat nu in het aanvraagdossier opnieuw opduikt. De gemeente spreekt in al haar communicatie over het project telkens over 80 wooneenheden. Vijf jaar geleden waren dat er 103 en daar werden er dan 15 van weggedaan – de bovenste verdieping. 103 – 15 = 88 ? Wij tellen vandaag in deze aanvraag 94 afzonderlijke wooneenheden, inclusief de kindercrèche. Een “wooneenheid” is een officiële benaming, welke oa. gebruikt wordt in de reglementering voor parkeerbeleid. Volgens de reglementaire voorschriften van deze benaming, tellen wij deze 94 wooneenheden in dit project.
3. Het projectgebied is geen kerngebied
Het projectgebied werd en wordt altijd aanzien als “kerngebied” in Brasschaat. Dit is enkel om dit project te kunnen realiseren. De praktijk toont echter iets anders:
- Alle kleinhandel is ondertussen verdwenen op een bakker na.
- De supermarkt is verdwenen uit wijk Kaart, met leegstand in de plaats.
- In het aanvraagdossier wordt gesproken over de “verkeersstromen aan openbaar vervoer” rond het project. Het openbaar vervoer gaat niet meer door de wijk. Er rijdt slechts sporadisch een bus aan de rand van de wijk. De buurtbus is door de gemeente afgeschaft.
4. Schoolgebouw gemeenteschool te klein
De schoolgebouwen van de gemeenteschool zijn te klein: de gangen zijn smal. Deze breedte van gangen is misschien wel binnen de wettelijke normen, echter praktisch is dit helemaal niet ! Jammer dat bij volledige nieuwbouw de kans niet gegrepen wordt om een school neer te zetten die een gevoel geeft van ruimte. Dit zijn scholen in het stadscentrum.
5. Te weinig klaslokalen
Er zijn te weinig klaslokalen. Hiervoor is de geboden oplossing dat lessen in de gangen of overloop zullen doorgaan. De kleuters volgen de turnlessen in het Atrium: inkomhal. Combinatie met de werking van GILO – wij denken ook aan geluidsproblemen en vrije doorgang – is helemaal niet evident. Deze donkere polyvalente ruimte is gelijktijdig de speelplaats voor kleuters bij regenweer.
6. Te weinig speelplaats
De speelplaatsen zijn amper terug te vinden op de bouwplannen. Bij regen is er minder dan 1 m² speelruimte per kind. Openbaar bosje en de Schoolstraat worden mee ingezet als speelplaats. Luifels waren beter recht op recht geweest dan nu met alle fantasieën, die geen nut hebben. Voor de kleuters GIKO is de ruimte als speelplaats bij regenweer de binnenruimte – patio op de gelijkvloerse verdieping. Deze oppervlakte is 160 m². De ingediende verwachting aantal kleuters voor GIKO is 174 leerlingen. Een eenvoudige rekensom geeft ons zo 0,9 m² speelruimte per kleuter. Wij vinden dit veel te weinig voor kleuters! Onze kinderen verdienen meer dan een kleine stadsschool. Alle andere openbare ruimte wordt volgebouwd.
7. Te klein lerarenlokaal
Voor de leerkrachten van GILO + GIKO is er 1 gemeenschappelijke ruimte als leraarlokaal. Dit lokaal is een stuk kleiner dan de klaslokalen en meet 52 m² in oppervlakte. Met een voorzien aantal van 25 leerkrachten, heeft elke leerkracht een bruto oppervlakte van 2 m². Natuurlijk hoeven de leerkrachten geen ganse dag samen in dit lokaal te blijven, maar op gemeenschappelijke ogenblikken buiten de lesuren zal dit lokaal erg krap blijken te zijn. Dit komt de kwaliteit van het onderwijs niet ten goede.
8. Te weinig voorziening voor godsdienstlessen
In de globale indeling van klaslokalen zijn er geen kleine lokalen voorzien voor de verschillende lessen Godsdienst-onderricht. Beter is dat elke godsdienst een eigen ruimte heeft, die op maat ingericht kan worden. Nu zullen de lessen godsdienst in de gebruikelijke klaslokalen doorgaan, wat soms onmogelijk en meestal niet praktisch is. De verscheidenheid aan godsdiensten groeit jaar na jaar.
9. Te weinig parkeerplaatsen
- Volgens de MOBER zijn er voor dit project minimaal 117 en maximaal 211 parkeerplaatsen nodig. Het aantal werkelijk voorziene parkingplaatsen is 111 stuks – dit aantal houdt rekening met 2 plaatsen voor deelwagens. Vanwege de aanwezige plaatsen voor deelwagens, mag het aantal parkingplaatsen van het project van minimaal 117 naar 111 gebracht worden. Een parkeerdruk van 211 parkingplaatsen is realistisch. Het verschil van 100 parkingplaatsen zal zijn weg zoeken in de omliggende straten, waar parkeren gratis kan.
- Dit project is een uitzondering in de Parkeerverordening, speciaal voor dit project opnieuw gemaakt.
- Met de heraanleg van de Lage Kaart, de parking Veldstraat, de renovatie van Rozenhof (Hoge Kaart), verdwijnen er 26 openbare parkeerplaatsen in de onmiddellijke omgeving van het project. Het argument dat extra wagengebruikers dan in de omgeving een plek zullen vinden, op het openbaar domein, vervalt hierdoor. Meer parkeerdrukte in onze wijk.
- Poketparking aan de Middelkaart, met 37 parkingplaatsen heeft hoofdzakelijk als doel op korte tijd veel in- en uitgaand verkeer te verwerken: Ouders die kinderen komen afzetten in de crèche of kleurerschool zouden hier kortstondig kunnen parkeren. Kan ook gebruikt worden voor afzetten van mindervaliden. Verwachting is dat er een hoge drukte zal zijn in de ochtend- of avondspits. Daarbij zien we dat er slechts 1 aansluiting is met de Middelkaart, zowel voor in- als voor uitrijden: het zal niet mogelijk zijn om een circulatie systeem te organiseren met gescheiden in- en uitrit.Vanaf er meer dan 3 automobilisten tegelijk willen in- of uitrijden, blokkeert het ganse gebruik van deze poketparking.
- Momenteel zijn er voor de wooneenheden in het project 66 ondergrondse en 9 bovengrondse parkingplaatsen voorzien. Volgens onze berekening, op basis de parkeerverordening 2017, is het aantal noodzakelijke parkeerplaatsen voor de wooneenheden 132 stuks. Het aantal voorziene paarkeerplaatsen is slechts 57 % van wat er voor de woningen voorzien moet worden, los van alle andere gebouwen.
- Voor de sporthal in het project zijn er 15 parkeerplaatsen voorzien. Dit is het absolute minimum aantal voor een sporthal van deze grote. Voor sporthallen van dezelfde grootte, in de onmiddellijke omgeving voorziet men meer dan 80 parkingplaatsen voor personenwagens.
- Voor de kangoeroewoningen en eengezinswoningen (Lot 7 tot en met Lot16) zijn geen parkeerplaatsen voorzien volgens de beschikbare gegevens. Volgens de geldende parkeerverordening van de gemeente Brasschaat en de bijbehorende tool hebben dergelijke wooneenheden een minimum van 1 parkeerplaats nodig. Dit brengt het totaal aan benodigde parkeerplaatsen op 10. Die zijn niet voorzien. Deze kunnen ook niet voorzien worden aangezien er volgens de beschikbare gegevens op de hele site geen voertuigen toegelaten zijn.
10. 45° regel niet gerespecteerd
De kangoeroewoningen voldoen niet aan de 45° regel en staan dus te dicht bij de perceelsgrens of zijn te hoog.
11. Voorwaarden Agentschap Natuur en bos geschonden
In referentie tot de eerder opgelegde speciale voorwaarden, zie verkavelingsvergunning: Geplande werken of activiteiten mogen geen vermijdbare schade aan de natuur veroorzaken. Het integratiebeginsel verplicht de vergunningsverlener om de aanvraag te bekijken volgens de aanwezige natuurwaarden. Er dient te worden nagegaan of er schade zal zijn aan de natuur en of er maatregelen kunnen opgelegd worden om schade aan de natuur te voorkomen, te beperken of te herstellen. Op basis van vermelde stellen we vast dat de aangevraagde werken duidelijk vermijdbare schade aan de natuur veroorzaken, en aldus de eerdere voorwaarden van het Agentschap Natuur en Bos geschonden zijn.
12. Voetbalpleintje verdwenen
Op vroegere plannen was een voetbalpleintje voorzien tussen het Paviljoen en de huidige Turnzaal – Sporthal. Nu zien we dat dit voetbalveldje ook verdwenen is wegens plaatsgebrek. Door de huidige afmetingen en positionering van Sporthal en Paviljoen is tussen deze beide geen ruimte meer over. Dit toont nogmaals dat speelruimte van de kinderen de laagste prioriteit is bij de inplantingen van de verschillende functies in het geheel.
13. Geowarmte centrale
Nieuwe bewoners van de woonunits, maar ook de verschillende scholen, hebben geen andere keuze dan energie af te nemen van de geothermische centrale, en daarvan ook de kosten betalen. Dat is niet correct. Dit principe is in strijd met de Europese richtlijn 2018/2001 van 11/12/2018, en meer bepaald artikel 22, 4de par. punt i, terzake.
Andere gemeentes maakten andere keuzes inzake energie: Stad Antwerpen bouwt sinds 2011 scholen volgens het principe van passief-bouw: veel aandacht voor dikke isolatie en warmterecuperatie. Deze manier van bouwen kost meer in aanbouw, deze meerkost wordt ruimschoots terugverdiend door de veel lagere of afwezige verwarmingskosten. Dit principe staat voor Duurzaam bouwen. We kunnen niet aanvaarden dat nieuwe schoolgebouwen in Brasschaat deze technologie niet volgen, daar waar ze in randgemeentes reeds vele jaren wordt toegepast als basisnorm.
De keuze voor verwarming door biomassa stond uitdrukkelijk mee vermeld in de allereerste opdrachtdocumenten van de gemeente / de selectieleidraad en werd benoemd als de goedkoopste manier van verwarmen. Een logica die wij niet konden volgen.
Nu komt er een andere piste met de Geowarmte-centrale. Ook deze techniek heeft alom gekende nadelen en risico’s: Verontreiniging van grondwaterlagen en zelfs lichte aardverschuivingen. Daarnaast is er ook de permanente bezorgdheid over de effecten van onttrekking van warmte aan het diepere grondwater op de ruimere perimeter.
Hieronder de Milieueffecten voor deze Geowarmte-installatie samengevat :
- Hydrogeologisch: tientallen tot honderden boringen van 100-150m doorbreken afsluitende kleilagen, met risico op vermenging van grondwaterlagen, activering van bestaande PFAS-pluimen, en lekkage van circulatievloeistoffen langs het boortraject. Het Nederlandse Drinkwaterplatform en SodM signaleren integriteitsproblemen bij oude putten; de Inspectie Leefomgeving en Transport schat dat in minstens een derde van de gevallen de regels rond bodemwerkzaamheden bewust niet worden nageleefd. Mogelijke risicobestrijding is niet vermeld in het dossier.
- Glycol/antivries: gesloten BEO-systemen werken met een water-glycolmengsel (mono-ethyleenglycol, “behoorlijk giftig”, of propyleenglycol). PE-buizen kunnen falen door installatieschade, lange-termijn-degradatie of latere grondwerken. De referentiecase Flevonice (NL): 150.000 liter glycol gelekt, sanering > €1M, saneringsduur 2-5 jaar. Mogelijke risicobestrijding is niet vermeld in het dossier.
- Thermische uitputting: in een warmte-dominant programma in Belgisch klimaat koelt de bodem progressief af zonder voldoende zomerregeneratie. Over decennia: 10-30 % rendementsverlies → terugval op elektrische backup → CO₂-voetafdruk verhoogd → “duurzaamheids”-claim verdwijnt. Beïnvloedt naburige systemen tot 200m. Mogelijke risicobestrijding is niet vermeld in het dossier.
- Akoestiek: voor dit project enkele honderden kW pompvermogen, met meerdere compressoren, buffervaten en distributiepompen. Lage-frequentiecomponent. Bijzonder gevoelig voor zorgwoners, kinderdagverblijf en cohousing. Mogelijke risicobestrijding is niet vermeld in het dossier.
- PFAS-specifiek: Brasschaat ligt in PFAS-aandachtszone; verticale boringen creëren preferentiële stroompaden waarlangs latente PFAS-contaminatie zich naar dieper grondwater kan verplaatsen.
- Cumulatief met bemaling: tijdens 54 maanden werfbemaling zakt de grondwaterspiegel structureel; daarna start de geothermie. Het grondwaterregime tijdens de overgangsfase is gefragmenteerd en onvoorspelbaar — niet onderzocht in het dossier.
14. Sporthal en paviljoen
- Voor de sporthal is er geen motivering waarom er niet gekozen is om de sporthal deels ondergronds te bouwen zodat er voldaan kan worden aan de 45° regel. Zo zouden de omwonenden veel minder hinder ondervinden.
- Er is door de gemeente gesteld dat er geen bovenlokale evenementen in de sporthal mogen doorgaan. Dit is niet verzekerd voor de toekomst. De wijk is er niet op voorzien om dat verkeer erbij te nemen.
- De sporthal wordt gebouwd op een plek waar momenteel oude gebouwen staan. Er is mogelijk asbest aanwezig. Hierover staat niets vermeld in het dossier. – zie ook afzonderlijk punt inzake asbestinventarisatie.
- Voor het Paviljoen is er geen concrete oplossing voor het afvalprobleem die een inrichting van dit formaat met zich meebrengt.
- Na de schooluren zal het paviljoen en de sporthal beschikbaar zijn voor andere activiteiten. Er zal drankgelegenheid zijn. Na de schooluren zal het bos open gesteld worden voor het publiek. Het zal dan een aantrekpunt voor hangjongeren worden.Dit kan je zien aan de andere speelpleintjes in de buurt. Daags nadien zal dit gebied nadien moet dienen als speelplaats voor kleine kinderen.
15. Créche
Voor de crèche zijn volgende 6 bezwaren, strijdigheden tegen bestaande wetgeving :
- Totale oppervlakte van de crèche is te klein voor 37 kinderen. De totale netto-oppervlakte van de ruimtes waar kinderen verblijven bedraagt volgens de plannen 162 m². Dit is onvoldoende voor de opvang van 37 kinderen, aangezien de regelgeving minimaal 5 m² per kind vereist. 162 m² volstaat slechts voor 32 kinderen in het totaal. Artikel 16 van het Vergunningsbesluit groepsopvang baby’s en peuters: “De totale netto-oppervlakte van de ruimtes waar de kinderen verblijven, bedraagt minimaal 5 m² per kind.”
Bron: Besluit Vlaamse Regering 22/11/2013, art. 16 (Europese richtlijn is strenger met 6 m²/kind) - De oppervlakte van de leefruimtes is te klein, volstaat slecht voor 24 kinderen. De leefruimtes in de crèche zijn te klein voor het aantal kinderen. Er zijn 2 leefruimtes met een totale oppervlakte van 74 m², wat slechts volstaat voor 24 kinderen (3 m² per kind vereist). Voor 37 kinderen zou er minstens 111 m² aan leefruimte moeten zijn. Artikel 16 van het Vergunningsbesluit groepsopvang baby’s en peuters: “De netto-oppervlakte van de leefruimte bedraagt minimaal 3 m² per kind.”
Bron: Besluit Vlaamse Regering 22/11/2013, art. 16 - Oppervlakte van de slaapruimtes is te klein voor het aantal peuters. De voorziene slaapruimtes in de crèche zijn onvoldoende groot om het beoogde aantal kinderen op een veilige en conforme manier te laten slapen. Volgens de plannen zijn er 4 slaapruimtes van elk ca. 10,4 m², waarvan 3 ruimtes telkens 10 bedjes bevatten. Dit betekent dat er slechts 1,04 m² per slapend kind beschikbaar is. Volgens artikel 16 van het Vergunningsbesluit groepsopvang baby’s en peuters moet de totale netto-oppervlakte van de ruimtes waar kinderen verblijven minimaal 5 m² per kind bedragen. Daarnaast bepaalt artikel 18 dat slaapruimtes voldoende ruim moeten zijn om de bedjes te plaatsen met voldoende circulatieruimte, rekening houdend met de veiligheid en het comfort van de kinderen.
Bron: Besluit Vlaamse Regering 22/11/2013, art. 16 en 18 - Geen buitenruimte voorzien voor de spelende peuters. Op de ingediende plannen is geen buitenruimte voorzien voor de kinderen van de crèche. Dit is in strijd met de vergunningsvoorwaarden, die bepalen dat er een veilige en toegankelijke buitenruimte moet zijn waar de kinderen kunnen spelen, zeker tijdens de warmere maanden. De site heeft enorm veel ruimte, deze wordt ingevuld met appartementsblokken. Artikel 17 van het Vergunningsbesluit groepsopvang baby’s en peuters bepaalt: “De opvanglocatie beschikt over een buitenruimte die veilig, toegankelijk en geschikt is voor het spel van de kinderen.”
Bron: Besluit Vlaamse Regering 22/11/2013, art. 17 (Europese richtlijn is strenger met 6 m² buiten /kind) - Indeling in leefgroepen is niet reglementair. De crèche voorziet slechts 2 leefruimtes voor 37 kinderen, wat niet in overeenstemming is met de regelgeving. Artikel 55 van het Vergunningsbesluit bepaalt dat een leefgroep maximaal uit 18 kinderen mag bestaan. Voor 37 kinderen zijn dus minstens 3 leefgroepen vereist, elk met een eigen, afzonderlijk bereikbare leefruimte, met een werking die volledig gescheiden is. De 3 leefruimtes moeten allen afzonderlijk en gescheiden bereikbaar zijn. Artikel 55 van het Vergunningsbesluit groepsopvang baby’s en peuters stelt: “Een leefgroep bestaat uit maximaal 18 kinderen.”
Bron: Besluit Vlaamse Regering 22/11/2013, art. 55 - Plannen zijn niet aangepast aan de nieuwe regelgeving vanaf 1 januari 2024. De plannen van de crèche zijn niet aangepast aan de nieuwe vergunningsvoorwaarden die vanaf 1 januari 2024 van kracht zijn. Zo moet er onder meer circulatie mogelijk zijn langs de lange zijde van de bedjes, wat op de huidige plannen niet het geval is. Indien de bedjes correct geplaatst worden, zijn de slaapruimtes te klein. De wijzigingen aan het Vergunningsbesluit groepsopvang baby’s en peuters, van kracht vanaf 1 januari 2024, bepalen onder meer dat er voldoende circulatieruimte moet zijn langs de lange zijde van de bedjes (zie o.a. artikel 18, zoals gewijzigd).
Bron: Besluit Vlaamse Regering 22/11/2013, art. 18, zoals gewijzigd per 1/1/2024
16. Er verdwijnt bos
196 volwassen bomen en 3.300m² bos verdwijnen. Er komen hoge gebouwen in de plaats. Voor een gemeente als Brasschaat, die graag uitpakt met zijn groene karakter, is dit een jammerlijke vaststelling. Bomen worden ingeruild voor appartementsblokken. Hierdoor zal de site later beschouwd worden als kerngebied, net zoals de Bredabaan, met aangepaste reglementering. Op deze manier verwachten we dat het volgende bos om in te ruilen tegen hoogbouw, het speelbosje van de Kattekesberg zal zijn.
17. Veel meer beton
Het hele project betekent veel meer beton in onze wijk Kaart. Het project wordt aangeduid als een “kerngebied”, met gelijke normen en reglementering als de stadskern. Maak geen stad van onze wijk!
18. Asbest
Inzake mogelijke aanwezigheid van Asbest op het terrein van de projectaanvraag:
- Alle huidige gebouwen (Gilo/Giko Kaart, De Vlinder, Zaal Berkenhof) zijn pre-2001 en allen als werkplekken in die zin onderhevig aan de federale arbeidswetgeving — de schoolbesturen (gemeente Brasschaat, Zusters der Christelijke Scholen) horen al sinds 1995 over een actuele asbestinventaris te beschikken. Wij hebben deze asbestinventaris niet kunnen terugvinden in het aanvraagdossier. Wij vragen om deze toe te voegen of beschikbaar te stellen.
- Daarnaast eisen wij een destructieve asbestinventaris (niet enkel een visuele) als opschortende voorwaarde, plus een door TRACIMAT goedgekeurd sloopopvolgingsplan vóór elke afbraakhandeling. Wij verwijzen hierbij naar het nieuwe asbestdecreet (10 dec 2025, in werking 19 jan 2026).
- In de huidige situatie is het ontbreken van info over de asbestverwijdering geen detail; een ondergeschatte post hier maakt het hele financieel model van het scholenproject onbetrouwbaar, met mogelijke een noodzakelijk aan te passen bouwprogramma..
- Tijdens de loop van de werken blijven de verschillende (kleuter)scholen actief, met buitenspelende kinderen. Asbestvezels die tijdens 54 maanden sloop vrijkomen aan de rand van een operationeel functionerende scholen hebben een eigen luchtkwaliteits- en gezondheidsdimensie die in het dossier niet wordt behandeld.
Wij eisen een escrow/bankwaarborg voor deze asbestverwijdering.
19. Grondwaterbemaling en hydrologische schade
1.000.000m³ grondwater zal weggepompt worden aan meer dan 100m³ per uur. Er is aangifte van de lozing gevaarlijke afvalstoffen in de BinnenKaartse Beek. Het grondwater in de wijk zal 4 meter dalen. Voor de bemaling van het grondwater, hieronder onze bezwaren :
- Het bemalingswater uit een ondergrondse bouwput in fijn zand met ondiepe grondwaterspiegel; het profiel van De Kaart, heeft deze typische samenstelling:
- Hoge ijzer- en mangaanconcentraties. Zoals een officieel toetsingskader het uitdrukt: Opgepompt grondwater heeft (vooral bij ondiepe bemalingen) een hoog ijzer- en mangaangehalte. Dit water geeft problemen als het niet ontijzerd wordt. Door het water in contact te laten komen met lucht gaat dit ijzer oxideren en ontstaat er ijzerhydroxide die kan neerslaan (voorbeeld in Stad Brugge ). Dat is de oranje-bruine “okerneerslag”.
- Zwevende stoffen — fijn zand en colloïdale deeltjes. VLAREM II legt een lozingsnorm op van 60 mg/l zwevende stof in oppervlaktewater; bemalingswater haalt deze norm zonder behandeling nooit.
- PFAS-contaminatie is in deze regio een reëel risico. De Vlaamse aanpak vereist sinds 2023: moet elke lozing van PFAS-houdend bemalingswater zo ver mogelijk worden teruggedrongen. — Er moet dus eerst gescreend worden vóór lozing. Deze problematiek is niet behandeld in het dossier.
- Temperatuur: grondwater zit constant rond 11-12°C. Geloosd in een ondiepe beek is dat ’s zomers veel kouder, ’s winters warmer dan het beekwater. Dit vormt een continue thermische stress voor koudbloedige fauna. Deze problematiek is niet behandeld in het dossier.
- Hydraulisch effect: enkele honderden m³/dag continu gedurende 54 maanden is hydraulisch een veelvoud van het natuurlijke basisdebiet van een lokale beek. Deze ijzeroxide deeltjes zullen als bezinkbare stoffen neerslaan op bodem en vegetatie. Wanneer te veel van deze deeltjes aanwezig zijn zal de norm voor zwevende en bezinkbare stoffen overschreden zijn. In veel gevallen zal bemalingswater dus niet zonder behandeling geloosd kunnen worden.
- Ecologische impact: okerneerslag verstikt de waterbodem en de oevervegetatie. Macro-invertebraten (waar de ecologische beoordeling van de waterloop op steunt), amfibieën in de net-aangelegde poelen, en visjes lijden direct. Dit ondergraaft jarenlange provinciale investering in de herwaardering.
- Hydraulische impact: extra continu debiet bovenop bestaande overstromingsgevoeligheid, in een beek waar de villawijk 2 km verderop nu net door dure ingrepen minder overstromingen zou krijgen. De aanvraag draait die winst potentieel terug.
- Schending van de stroomgebiedbeheerplandoelen (Kaderrichtlijn Water 2000/60/EG, omgezet in het Decreet Integraal Waterbeleid): de beek moet tegen vastgelegde deadlines een goede ecologische toestand bereiken; structurele lozing van ijzer- en sediment-houdend bemalingswater werkt dat tegen en valt zodoende onder de “non-deterioration”-regel uit artikel 4 KRW.
Wij vinden dat de aanvraag tot omgevingsvergunning geweigerd moet worden :
Bovenstaand vermelde punten vereisen dermate grote aanpassingen in de aanvraag tot omgevingsvergunning, die zo ingrijpend zijn, dat het project in zijn geheel moet worden geweigerd.
Dit geldt zowel voor een aantal afzonderlijke punten, alsook voor de combinatie van meerdere aangehaalde punten.
Wij verzoeken u om over bovenstaande aanvraag niet te beslissen, tot u een beslissing over mijn bezwaarschrift heeft genomen. Wij durven er op te vertrouwen dat uw College en Deputatie zal besluiten tot een weigering.